GEMERT – Dat de landbouw duurzamer moet, daarover zijn alle partijen het eens. Hoe dat moet en in welke tempo,daarover verschillen boeren, bezorgde burgers en gemeente nog van mening, zo bleek maandagavond tijdens een door de gemeente Gemert-Bakel en de plaatselijke ZLTO georganiseerde debatavond. Lees meer
• Daan van Doorn in debat in De Eendracht.
Door Marcel Bosmans
Een panel bestaande uit Jan van Hoof (Mens, Dier en Peel), Wim Meulenmeesters (voorzitter ZLTO Gemert-Bakel), Piet Rombouts (Teamleider Landelijk gebied bij de Brabantse Milieufederatie), Roël Hoppezak (Wethouder Ruimte Gemert-Bakel) en Daan van Doorn (voorzitter van de Commissie Van Doorn) discussieerde met de zaal over het duurzaam produceren van vlees in Gemert-Bakel.
Verbond
De Commissie van Doorn heeft zich in opdracht van de provincie gebogen over de toekomst van de intensieve veehouderij in Noord-Brabant. Sluitstuk van de werkzaamheden was het Verbond van Den Bosch. Vertegenwoordigers van de agrarische sector, detailhandel, natuur- en milieuorganisaties en de overheid zijn daarin onder andere overeengekomen dat er in 2020 alleen nog duurzaam geproduceerd vlees in de schappen van de supermarkt ligt en dat antibioticagebruik in de veehouderij met minimaal de helft verminderd wordt.
Binden
“Het was niet eenvoudig om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen”, stelt Van Doorn, omdat er binnen de commissie verschillende belangen speelden. Het was een bewuste keuze om niet alleen met de landbouw om de tafel te gaan zitten. In de commissie namen politici en vakmensen van allerlei pluimage zitting, met als gemeenschappelijke deler dat ze vrij waren in hun denken en handelen. Eerst moest de nodige scepsis overwonnen worden. Ik herinner me dat Cees Veerman, die als voorzitter van Natuurmonumenten aanschoof, zelfs van een onoverbrugbare tegenstellingen sprak. Toch zijn we eruit gekomen, door niet te kijken naar wat ons scheidt, maar naar wat ons bindt.”
Einde verhaal
Voor Van Doorn staat vast dat het roer om moet. “Er is geen andere optie. Op dezelfde voet doorgaan met zoveel mogelijk produceren tegen een zo laag mogelijke kostprijs is een heilloze weg. Die strijd valt niet te winnen, omdat er in andere delen van de wereld goedkoper geproduceerd kan worden. Daarbij ontbeert het in het eigen land aan maatschappelijk draagvlak. Enerzijds is de sector van groot belang voor Noord-Brabant, omdat het na distributie de belangrijkste economische trekker is. Anderzijds heeft de ongebreidelde productie van de sector tot gevolg dat de grenzen van wat de samenleving aanvaardbaar acht overschreden zijn. Mensen hebben niks tegen landbouw, maar wel op deze manier. Maatschappelijk draagvlak en economisch perspectief moeten deel uit maken van de oplossing. Veehouderijen hebben daarom alleen toekomst als ze duurzaam gaan produceren. Dat betekent dat dierenwelzijn, volksgezondheid en ecologische gezondheid geborgd moeten zijn. Ondernemers zullen daarin moeten investeren. Doen ze dat niet, dan is het einde verhaal voor hun bedrijf, omdat er dan niets meer te verdienen valt.”
Handhaven
Van Doorn vindt dat agrarische sector zelf aansprakelijk is voor een duurzaam productieproces. “Boeren zijn gewend om de grenzen zo ver mogelijk op te rekken, maar dat is een verkeerde aanpak. Ze moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen en de nodige zorgvuldigheid in acht nemen, want dat is ook in hun eigen belang. De overheid hoeft vervolgens alleen maar te handhaven op wat betrokken partijen hebben afgesproken en op wat is vastgelegd in wet- en regelgeving. Een strikt handhavingsbeleid is een van de peilers waarop het Verbond van Den Bosch rust. Daarvoor moet nog heel wat water door de zee, want Nederland is bij uitstek een land dat zo detaillistisch mogelijk regels stelt en vervolgens nalaat om te controleren of ze daadwerkelijk worden nageleefd.” De commissievoorzitter ziet in dit proces een belangrijke rol voor de lokale overheid weggelegd. “Voor gemeenten zijn er mogelijkheden genoeg om te toetsen op maatschappelijke acceptatie. Bedrijven zullen dus goed moeten communiceren met hun eigen omgeving als ze willen blijven produceren.”
Faire prijs
Volgens Meulenmeesters is de sector zich bewust van het feit dat er een omslag moet komen. “We onderschrijven het advies van de Commissie van Doorn. In slechte tijden zijn mensen bereid om creatief te denken om veranderingen mogelijk te maken. Actiegroeperingen geven ons voldoende krediet en munitie om met duurzaamheid aan de slag te gaan. Dat is ook in ons eigen belang. De boer is zelf het grootste slachtoffer van de schaalvergroting geworden. We moeten vaak onder de kostprijs werken. Er is simpelweg geen geld om te produceren, laat staan om te innoveren.
Tot 2020 zullen er grote stappen moeten worden gezet om de doelstellingen te halen. Insteek is bijvoorbeeld dat het aantal dieren binnen de intensieve veehouderij niet groeit. Dat een deel van de agrariërs moet stoppen is onvermijdelijk. Als we willen veranderen hebben we ook de hulp van de consument en de overheid nodig. De eerste moet bereid zijn om een faire prijs voor onze producten te betalen, de tweede moet ondernemers het vertrouwen geven om te ondernemen. Zo zou de gemeente Gemert-Bakel ons snel een locatie voor een mestwerkingsfabriek moeten aanbieden.”
Niet ver genoeg
Van Hoof vindt dat het Verbond van Den Bosch niet ver genoeg gaat. “De afspraken zijn niet hard genoeg. De simpele vraag of mensen in de Peel meer beesten in hun omgeving willen dulden is door de commissie genegeerd. Ik vrees dat het Verbond tot een Kurk van Den Bosch verwordt, die stuurloos alle kanten in schiet. Meer marktwerking is niet de oplossing. We hebben een overheid nodig die meer kaders stelt. De helft minder antibiotica in 2013 betekent nog altijd 260 ton per jaar, waarmee Nederland koploper blijft in Europa. De GGD vindt daarom dat het gebruik met 90 procent omlaag moet. Het Rijk wil vooralsnog geen rem zetten op agrarische groei. Dat is rampzalig. Nog meer schaalvergroting leidt tot minder boeren en meer infectiedruk. Ik vrees daarom dat er nog een lange weg te gaan is voordat vlees als duurzaam aangemerkt kan worden.”
Beter beschermd
Rombouts noemt het Verbond een stap in de goede richting: “Maar om er een succes van te maken moeten ook zaken als de kwaliteit van lucht, bodem en water meegenomen worden. Daarmee is het momenteel slecht gesteld in Brabant. Mens, natuur en dier moeten beter beschermd worden.”
Vol
Hoppezak stelt dan ook dat de grens bereikt is. “Gemert-Bakel zit in agrarisch opzicht vol. Om een goede balans te krijgen tussen mensen, ruimte en middelen zullen alle betrokken partijen water bij de wijn moeten doen. Om met minder dieren meer winst te kunnen maken zal de markt op maat bediend moeten worden met hoogwaardige en innovatieve producten. We moeten dus meer gaan nadenken over gezondmakend vlees. Daar hangt dan wel een prijskaartje aan. De consument zal meer moeten betalen voor zijn stukje vlees.”
Kiloknallers
Bankier Knijnenburg onderschrijft dat: “We eten steeds meer vlees, maar betalen er steeds minder voor. Dat is niet vol te houden. Daarbij komt dat we met minder ruimte en grondstoffen meer voedsel produceren, omdat er steeds meer mensen op deze wereld rondlopen. Er zal dus een omslag gemaakt moeten worden. Kiloknallers behoren wat mij betreft daarom tot het verleden.”
Vertrouwen
Van Doorn concludeert dat zijn discussiepartners het over veel zaken eens zijn, maar dat er nog altijd sprake is van onderling wantrouwen. “Het vertrouwen zal stap voor stap hersteld moeten worden. Daarvoor moeten we de tijd nemen. Als je een paar keer vreemd bent gegaan en je belooft je vrouw nooit meer ontrouw te zijn dan zal ze je ook niet meteen geloven.”

