Twee Aarlese teams op NK tafelvoetbal

Geplaatst op: 27/01/2012

AARLE-RIXTEL – Extra trainingen hebben ze de afgelopen weken niet gehouden. Kans op de titel dichten ze zichzelf ook niet echt toe. Toch vinden de tafelvoetballers van OJA in Aarle-Rixtel het best een beetje spannend. De twee teams van het jongerencentrum doen zondag mee aan de finale van het Nederlands Kampioenschap voor teams op de Roberto-tafel. Ze kwalificeerden zich via de Brabantse Kampioenschappen, die twee weken geleden zijn gehouden. In Bladel won OJA 2 door in de finale OJA 1 te verslaan. Lees meer »

Foto: OJA heeft sinds dit seizoen twee tafelvoetbalteams. Beide staan zondag op het NK.

Door Wim Poels

Zo lang als de (soms al wat oudere) jongeren zich heugen, staat er bij OJA een tafelvoetbalspel. Bijna altijd is de tafel bezet. “Het is een gezelschapsspel, sociaal en toch geschikt om elkaar uit te dagen”, zegt Leroy Keunen. Hij is lid van OJA 1 en voorzitter van het jongerencentrum. De jongeren deden wel eens mee aan kleinere toernooitjes, maar tot serieuze krachtmetingen in competitieverband kwam het nooit. Tot dit seizoen. “Het leuke is dat we nu eens tegen andere spelers uitkomen”, meent Igor Meulendijks van Brabants kampioen OJA 2.

Het wereldje
Een nationale titelstrijd, dat klinkt best stoer. Toch moeten we ons niet te veel bij ‘het wereldje’ voorstellen. Er zijn vijf verschillende soorten wedstrijdtafels, met elk hun eigen titelstrijd. Volgens de tafelvoetballers zelf is de Roberto-tafel wereldwijd het meest bespeeld, maar de belangstelling in Nederland is niet zo gek groot. In Limburg leeft de sport nog aardig, de omgeving van Landgraaf kent zo’n elf teams. Tot voor kort hield het daarmee op.

Apostel
Maar er is een Limburgse apostel van het tafelvoetbal, de 72-jarige Mat Kousen, die probeert de sport weer vlot te trekken. Tijdens een groot internationaal toernooi dat in Eersel werd gespeeld ontmoetten een paar OJA-leden hem. Ze raakten in gesprek en Kousen kwam in Aarle-Rixtel kijken. Onder de voorwaarde dat OJA mee zou doen aan de competitie, kon het jongerencentrum gratis een tafel lenen. De jongeren brachten twee ploegen op de been en Aarle kreeg nog een derde team, dat opereert vanuit café De Vrienden. Elders in Brabant zaten andere pioniers: in de regio Bergeijk, Bladel en Eersel startten zeven teams op. En daarmee is het hele Roberto-wereldje in Nederland wel geschetst.

Brabant vs Limburg
Het NK bestaat uit een confrontatie tussen de vier beste Brabantse en de vier beste Limburgse teams. In de kwartfinale ontmoet OJA 2 ’t Pleintje uit Hapert, terwijl OJA 1 het Bladelse Ambiani ontmoet. Keunen vermoedt dat de organisatie bewust de Brabantse teams eerst tegen elkaar laat spelen. “Het niveau in Limburg ligt echt hoger”, beseft hij. “Als elke Brabantse club meteen tegen Limburgers zou moeten spelen, waren we allemaal uitgeschakeld.” Nu komen er in ieder geval twee Brabantse teams bij de laatste vier en is er dus minimaal brons voor onze provincie. Als de beide OJA-teams in de eerste ronde winnen en in de tweede ronde van hun Limburgse tegenstander verliezen, ontmoeten ze elkaar in de troostfinale om de derde plaats.

Middenveld
Het krachtsverschil zit volgens Keunen vooral op het middenveld, dat bij Limburgers ijzersterk is. “Daar kom je bijna niet doorheen. Bovendien zijn ze erg efficiënt. Komt een bal voor, dan zit hij er ook in.” Rob van Veijfijken van OJA 2 denkt dat de Brabanders wel wat creatiever zijn. Willen ze nog iets in de melk te brokkelen hebben, dan moeten ze het daarvan hebben. De Limburgers zijn daarnaast veel serieuzer. Zij houden wel trainingen en je zult ze niet zien drinken tijdens een toernooi. “Wij vinden het feit dat we aan de wedstrijden meedoen al behoorlijk serieus”, aldus Keunen. Volgens hem is tafelvoetbal behoorlijk vermoeiend. “Na een wedstrijd ben je echt op. Het heeft de naam een cafésport te zijn, maar een beetje conditie kan geen kwaad.”

Vijf spellen
Een wedstrijd bestaat uit vijf spellen: drie keer staan er twee koppels tegenover elkaar, tweemaal moet een individuele speler aan de slag. Elk team mag vier tot acht spelers tellen. Tijdens een partij mag niet worden gewisseld en een speler mag aan maximaal twee spellen meedoen. Hoewel fysiek contact op het veld zelf is uitgesloten, bestaat er wel een rode kaart. Die krijg je pas na twaalf gele prenten. “Maar zo’n kaart heb je wel gauw een te pakken”, weet Meulendijks, “bijvoorbeeld als je met de stang op en neer gaat en daarbij de poppen tegen de tafelrand aan trekt en duwt.”

Strenger
Een reden dat er in OJA op een voor Brabantse begrippen behoorlijk niveau wordt getafelvoetbald, zou kunnen zijn dat het jongerencentrum zijn eigen regels heeft. Die zijn soms strenger dan elders. Een bal die via de houten tafelrand in de goal belandt, telt op veel plekken gewoon mee. Bij OJA niet, daar moet hij rechtstreeks van een poppetje komen. “Het dwingt je wel een goede techniek te ontwikkelen”, denkt Keunen.

Verlies
Mocht een van de OJA-teams onverhoopt winnen, wat gebeurt er dan? “We hebben geen idee”, erkennen Meulendijks, Van Veijfijken en Keunen. “Het lijkt logisch dat er een Europees Kampioenschap volgt.” Dat het voor de Aarlenaren zover komt, lijkt ze uiterst onwaarschijnlijk. Erg is dat niet, het is al leuk om mee te mogen doen. Keunen: “Om goed te worden, moet je ook tegen je verlies kunnen.”

Meer teams
Cafés en jongerencentra die aan de in mei beginnende volgende Roberto-competitie mee willen doen, kunnen voor meer informatie contact opnemen met OJA.

blog comments powered by Disqus