BEEK EN DONK – Een nieuwe functie, bekleed door een ervaren bestuurder. Tonny Meulensteen uit Beek en Donk is vorige week benoemd tot portefeuillehouder Natuur- en Landschapsbeheer van de ZLTO, de Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie. Meulensteen, tevens raadslid in Laarbeek en fractievoorzitter van het CDA in die gemeente, wil in deze rol de kloof tussen natuur en landbouw verkleinen. Lees meer
Foto: Tonny Meulensteen doet zelf aan natuurbeheer en legde bijvoorbeeld dit vogelbosje aan voor zijn stal.
Door Pieter Beekmans
Meulensteen was niet verrast dat hij gevraagd werd om te solliciteren op de functie voor portefeuillehouder Natuur- en Landschapsbeheer bij de ZLTO. “Ik had de uitnodiging wel aan zien komen en het trok me wel. Ik heb altijd de doelstelling gehad om de kloof tussen natuur en landbouw te verkleinen. Tevens heb ik de ZLTO steevast met belangstelling gevolgd. Toen deze functie er kwam wilde ik die kans niet voorbij laten gaan. Nu zou ik zelf de mogelijkheid krijgen om mee te sturen. Wel wilde ik eerst wat meer inzicht krijgen in wat de functie inhoudt. ‘Heb ik zelf ook ruimte om creatieve ideeën in te brengen?’, vroeg ik mezelf af. Die ruimte bleek er te zijn. Na een oriënterend gesprek en twee sollicitatiegesprekken was ik enthousiast. Ik werd door de sollicitatiecommissie voorgedragen als nummer één en het ZLTO-bestuur ging hier vorige week maandag mee akkoord”, licht Meulensteen toe.
Ervaring
Dat hij uiteindelijk portefeuillehouder Natuur- en Landschapsbeheer is geworden ligt volgens Meulensteun aan een aantal dingen. “Ik heb ruim twintig jaar bestuurlijke ervaring, onder andere bij de Laarbeekse ZLTO-afdeling. De portefeuille is nieuw en het ZLTO-bestuur wilde denk ik wel iemand met ervaring, aangezien de taken provinciaal en zelfs landelijk zijn. Ook het netwerk wat ik heb – lokaal en Brabant-breed – is een voordeel. Daarnaast ben ik iemand die van wanten weet, heb ik een praktische insteek, communiceer ik gemakkelijk met diverse partijen en kun je van me op aan; ik beloof niks wat ik niet kan waarmaken.”
Knotwilgen
Natuur en landbouw en de relatie daartussen zijn zaken waar Meulensteen zich in het verleden vaker mee bezighield. Zo was hij lid van de reconstructiecommissie De Peel, waar hij ook met natuur te maken kreeg, is hij lid van het IVN Laarbeek en werkte hij mee aan diverse projecten met betrekking tot biodiversiteit zoals het realiseren van bloemrijke akkerranden. Daarnaast doet de Beek en Donkse melkveehouder zelf ook aan landschapsonderhoud. Hij geeft een voorbeeld: “Een paar jaar geleden zijn de populieren naast de Middenweg omgezaagd. De gemeente Laarbeek wilde daar nieuwe populieren terugzetten. Ik heb er toen op gewezen dat weidevogels geen voorkeur geven aan deze boomsoort, maar liever knotwilgen hebben. De gemeente was sceptisch, omdat knotwilgen meer onderhoudt vergen en de kosten daardoor hoger zouden worden. Ik heb vervolgens aangegeven dat ik ervoor zou zorgen dat de bomen bijgehouden zouden worden als de gemeente ze zou planten. De gemeente ging akkoord en de knotwilgen kwamen er. Het eerste jaar heb ik ze zelf geknot en de drie jaar naderhand in samenwerking met het Laarbeeks Landschap.”
Aandacht
De portefeuille Natuur- en Landschapsbeheer is nieuw bij de ZLTO. Dat betekent volgens Meulensteen echter niet dat er voorheen geen aandacht voor natuur- en landschapsbeheer was. “Die was er wel, maar viel onder een andere portefeuille (Ruimtelijke Ordening, red.). Agrarische natuurverenigingen (ANV’s) – clubs van mensen uit allerlei organisaties, agrariërs en burgers, die samen het buitengebied bijhouden – hebben de afgelopen jaren een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Het wensbeeld van burgers, natuurorganisatie en agrariërs op het gebied van natuur- en landschapsbeheer is vaak verschillend.” Het werd volgens Meulensteen dus tijd dat deze nieuwe portefeuille er kwam, de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening kreeg het er te druk mee.
Prioriteiten
Het is de bedoeling dat Meulensteen zowel ANV’s in het ZLTO-werkgebied als individuele boeren en tuinders nader tot elkaar gaat brengen. Daarom komt er een klankbordgroep waar vertegenwoordigers uit die ANV’s, evenals een burger, zitting in krijgen. “De verschillende ANV’s hebben een heleboel wensen. Wat ik de komende maand ga doen is mezelf bij de leden van deze verenigingen introduceren om erachter te komen wat zij het liefst gerealiseerd zien. Aan de vier of vijf belangrijkste thema’s die daaruit komen, gaan we Brabant-breed werken. Het is belangrijk prioriteiten te stellen, dan kun je ook echt iets bereiken. Als je in staat bent binnen enkele jaren een aantal projecten goed te verwezenlijken, creëer je draagvlak, bij overheden, natuurorganisaties, landbouwers en burgers.”
Financiën
Meulensteen wil graag wat veranderen aan de manier waarop overheden projecten op het gebied van natuur en landschapsbeheer financieren. Hij geeft de STIKA-regeling als voorbeeld. Dat is een provinciale subsidie bedoeld voor de aanleg en het onderhoud van landschapselementen zoals bloemrijke akkerranden. “Deze regeling is vijf of zes jaar geleden ontstaan en de ZLTO heeft toen een coördinator aangesteld om projecten uit te zetten en vergoedingen voor agrariërs te regelen. Dat heeft deze coördinator twee rondes mogen doen en daarna zat er ineens een adviesbureau tussen. Waarom is dat nodig? Dat heeft niks met het doel te maken. Zo’n adviesbureau kost geld, wat eigenlijk bedoeld is voor de natuur. Wij willen zelf best de verantwoordelijkheid nemen voor projecten en op basis van de resultaten afgerekend worden. Daar hebben we geen adviesbureau voor nodig. Een ander voorbeeld is het onderhoud van openbaar groen. Gemeenten zijn daar verantwoordelijk voor en huren daar vaak bedrijven voor in. Wij kunnen dat ook regelen, voor minder geld. Ik denk dat wij het onderhoud van landschapselementen voor 80 procent van geld wat het nu kost kunnen doen. En dat willen we ook doen, maar wel op de voorwaarde dat de overgebleven 20 procent naar natuur gaat.”
Samenwerking
Wat Meulensteen ook belangrijk vindt is dat er goede contacten ontstaan tussen ANV’s en de landbouw. “Partijen denken vaak verschillend over zaken, maar ik vind dat we samen tot afspraken moeten kunnen komen. Persoonlijk vind ik wel dat overleg plaats dient te vinden tussen mensen vanuit de natuur en landbouw die ook echt vooruit willen en geïnteresseerd zijn. Dan behaal je het snelst resultaten, aan tegenzitters heb je niks. Burgers en agrariërs kijken vaak wantrouwend naar elkaar, als die niet nader tot elkaar gebracht worden gaat het een keer mis. Dat moet voorkomen zien te worden.”
Economisch
Ook economisch gezien is natuurontwikkeling volgens Meulensteen van belang. “We willen allemaal kenniswerkers naar Brainport trekken. Zij willen ook recreëren en daar zal groene ruimte voor nodig zijn. In de Dommelbeemden (een natuurreservaat tussen Nijnsel en Sint-Oedenrode, red) en Sang en Goorkens (een gebied in de gemeenten Geldrop-Mierlo en Someren, red.) is al meerdere malen gepoogd om natuurontwikkeling mogelijk te maken, maar er is een aantal agrariërs die daar weinig van wil weten. Dan kun je dat bestemmingsplanmatig afdwingen, maar hiermee creëer je geen draagvlak. Er zijn voldoende agrariërs elders die wel met natuurdoelen willen ondernemen. Dan denk ik: koop die paar boeren die weinig met natuur ophebben uit en zet daar meewerkende agrariërs neer. Op die manier maak je sneller sprongen voorwaarts, al zal het natuurlijk nog een lang proces zijn.”

